Als ik een brief begin, leg ik meestal even uit waarom ik er de geadresseerde eentje gun - wie verwacht er nou een schrijven van mij? – , maar elke keer moet ik toegeven dat die er eigenlijk niet is en het, zoals alles eigenlijk, makkelijk op bezigheidstherapie kan worden teruggebracht. Bij u wil ik wel even gezegd hebben dat dit geen liefdesbrief is. Ook niet op een freudiaanse manier, maak je geen zorgen; ik word niet bloedgeil van u.
Achter dat laatste zit natuurlijk wel wat meer dan het opvullen van mijn eigen leven, ook al is het niet meer dan een bruggetje naar wat anders. Elke keer als ik u namelijk op televisie zie, geeft u de indruk te denken dat elke man verliefd op u is. Als dat de emancipatie van de vrouw moet voorstellen waar u maar al te graag het toonbeeld van wil zijn, laat ik die gifbeker met alle plezier aan me voorbij gaan. Daarom zeg ik het u maar, voor alle duidelijkheid en zo.
Bezigheidstherapie is de enige noemer overigens waar je zowel de zaligheid van het tetris spelen als het muziek componeren als het brieven schrijven in onder kan brengen, naast, uiteraard, ook alle andere bezigheden. Ik kies nu even voor het schrijven, aan u, maar het had even goed iemand anders kunnen zijn. Lijkt het. Linda De Mol glimlacht zich ten slotte ook te pletter naar schijnbaar elke man, en bij uitbreiding komt elke belspelpresentatrice, ook al ken ik er niet een goed laat staan persoonlijk, in aanmerking. Maar ik heb u weldegelijk met een bijzondere reden uitgekozen: u noemt zich namelijk schrijfster. Dan veer ik op.
Als ik in een ietwat megalomane bui was, zou ik u kunnen verwijten dat u zichzelf zonder verpinken tot mijn collega’s rekent. Megalomanie is mij echter vreemd, of dat zou ik toch graag doen uitschijnen, en dus hou ik het er op dat u zich spontaan en vooral op eigen kracht aanhecht bij de club van mensen waar ik bijzonder veel – komt ie! – respect voor heb. Onrechtstreeks vraagt u dus om mijn respect, achting en heel de rimram, want dat is wat ik in het merendeel van de gevallen over heb voor schrijvers, ook al heb ik er in het merendeel van de gevallen nog niets van gelezen. Daar wringt dus het schoentje, en daar wilde ik u wel even van op de hoogte stellen.
Zoals eerder vermeld, heb ik u wel al eens bezig gezien op televisie. Dat doet u uitstekend, moet gezegd. U praat zoals u glimlacht, bijzonder professioneel, maar helaas ook erg willekeurig. Dat maakt het niet nadenken over wat u zegt tot voorwaarde om van uw televisieoptredens te kunnen genieten. Voor een schrijver is dat verdacht. Aangezien ik enkel nog maar recensies van u gelezen heb, is ook dat het waar ik u voor een stuk op taxeer. Vindt u dat erg? Ik zou het wel kunnen hoor, als ik u daar een plezier mee zou doen, een boekje van uw hand lezen. Ze lezen naar het schijnt bijzonder vlot weg, dat scheelt. Maar veel zin heb ik daar niet in. Na u afgerekend te hebben op uw verschijning en de inhoud van uw magazine, hoeft het voor mij allemaal niet meer. Mag ik u daarom aanschrijven op uw schrijven? Ik vind van wel. Niet omdat u wat ik zeg dan veel makkelijker naast zich neer kan leggen, maar omdat u het zelf ook doet. In Pauw&Witteman (dat is niet het enige wat ik van u zag hoor, maakt u zich geen zorgen) viel u minister van integratie en wat nog meer mevrouw Vogelaar aan op een plan dat u zelf niet had gelezen. U kon enkel afgaan op wat de presentatoren, die het wel hadden gelezen, erover zeiden, en die vonden het best goed en krachtdadig. Daaruit concludeerde u dat het plan van de minister veel te wollig was en vooral niet doeltreffend zal blijken. De oplossing die u zelf aanhaalde, zal ik hier niet herhalen. Daarvoor respecteer ik u dan weer net iets te veel. Dat is niet mooi, mevrouw VanRoyen, zeker als ik ook het plezier dat u eraan beleefde een wat zenuwachtige excellentie onderuit te kunnen praten, ook al was het op helemaal niets gebaseerd, in rekenschap breng. U deed erg goedkoop, en dat is voor mensen maar vooral voor schrijvers een erg kwalijke eigenschap.
Omdat literatuur toch minder belangrijk wordt geacht dan de immigratiepolitiek, door uw lezeressen alleszins, meen ik te kunnen zeggen dat mijn mening over uw hele oeuvre – met name: utter crap – doordacht en meer dan noemenswaardig is. Maar vlot lezen doet het wel.
Eén commentaar
Ja wat zal ik er van zeggen, ik lust wel een toastje vis en spin uit de duim en wijsvinger, net als een haring.Succes.